![[ NK'97 ]](/images/9697/nk97.jpg)
Wedstrijdverslag Nederlands
Kampioenschap
Sportklimmen 1997
Tussen Hemel en Aarde Amsterdam,
zaterdag 24 mei 1997
Zie voor de exacte uitslag de competitie resultaten !
Dit jaar was het alweer
voor de achtste keer dat het Nederlands Kampioenschap Sportklimmen
werd gehouden. Plaats van handeling was ditmaal de klimhal 'Tussen Hemel en Aarde' in Amsterdam, en voor het eerst was er
zowaar een cameraploeg van Studio Sport aanwezig om een verslag van
het evenement te maken.

De deelnemers hadden zich voornamelijk gekwalificeerd
door hoog te eindigen in de nationale
competitie 96/97. Er deden 20 mannen en 8 vrouwen mee; ook de
titelverdedigers Peter Horning (zie foto
links) en Mirjam Verbeek waren natuurlijk van de partij. Omdat
een kwalificatieronde niet meer nodig was, begon de wedstrijd meteen
met de halve finale, waarin de deelnemers één route
klommen. Degenen die de route uitklommen, zouden uiteindelijk doorgaan
naar de finale.
De dames begonnen de
wedstrijd met het klimmen van een 'witte' route in het
linkerwanddeel. Het routeverloop was aangegeven met setjes; de
deelnemers mochten alle kleuren grepen gebruiken. Dit gold voor alle
routes die vandaag geklommen zouden worden. De halve finale route bij
de dames begint op een licht overhangende wand links van de hoofdwand,
waar al direct het eerste setje op zit. Via een verticale 'geul' van
een halve meter moet de klimster de zijkant van de hoofdwand bereiken,
waar het tweede setje zit. Vanaf daar is het een hoekroute, continu
overhangend, maar de zijkant kan royaal worden gebruikt. De
sleutelpassage was op tweederde van de route. De halve finale route
bij de vrouwen was niet echt spannend, want bij deze sleutelpassage
viel slechts één deelneemster (Leonieke Beverloo) uit de
wand; de overige klimsters bereikten allemaal de top.
De heren klommen
tegelijkertijd in de halve finale de 'witte' route in het
rechterwanddeel. De route begon bij een kolom voor een forse
overhang. Het was het simpelst om via de kolom in te stappen, maar Bas
Wals en Peter Horning hadden dit niet nodig. Bas zou onder andere
hierom als laatste eindigen; Peter zou het een stuk verder
schoppen ...
De sleutelpassage zat
bij de laatste overhang (vierde setje). Hier moest de klimmer met de
rechterhand ver doorgrijpen naar een tweevingergat en vervolgens
doorkruisen naar een greep om de hoek. Serge Leummens, Adriaan Labout,
Aldwin van Broekhoven, Roman van der Werf, Herrie Heckman en Erik
Deggeller zouden de greep om de hoek niet bereiken. Deze greep werd
door de meeste klimmers gebruikt om goed uit te rusten. Alleen Duncan
Sewing (spreek uit, tenminste volgens de speakster: 'Soewing') vond
dat maar onzin: 'Houd ik niet zo van,
rusten. Duurt te lang'. In de traverse naar links die hierop
volgde, zou hij dan ook sneuvelen. Dat deed ook Bert Dijkink, terwijl
hij even tevoren nog wel een hele mooie kruisbeweging had gemaakt. De
overige elf klimmers zouden wel toppen in deze halve finale.
De finaleroute van de dames zat op het
rechterwanddeel. Net als bij de halve finale heren begon de route met
een forse overhang, alleen niet bij de kolom. Dat was niet zo gelukkig
gekozen door de routebouwers, want de dames hadden erg veel moeite met
de steilte van de hoofdwand. Na de overhang werd het namelijk pas echt
moeilijk, met een aantal inbouwgrepen en behoorlijk hoog geplaatste
treetjes. Om niet te veel kracht te verspillen, moesten de klimsters
goed indraaien en dat konden de meeste dames niet meer opbrengen na de
zware overhang onderin. Nienke Swart, Monica Zeilemaker, Heidi van der
Mooren en Judith Sjamaar klommen zich in deze passage vast. Veel van
de deelneemsters waren daardoor telkens zo snel klaar, dat sommige
hierdoor bij hun voorbereiding in de isolatie in problemen kwamen.
De tweede sleutelpassage
was de bovenste overhang. Bij het setje in de overhang zaten twee
grote grepen, die echter moeilijk te belasten waren. De klimsters
konden wel tegen de zijkant van het linkerwanddeel afsteunen. Eleonora
van der Putten kon bij het uitspreiden onvoldoende lichaamsspanning
opbouwen. Ze viel uit de wand, maar werd toch derde. Wilma Renkema
sneuvelde iets hoger: bij het uitklimmen van de overhang kwam ze niet
goed uit. In een positie met gekruiste handen kon ze niet hoog
doorgrijpen. Mirjam Verbeek klom deze finaleroute bij wijze van
spreken met acht vingers uit; de andere
twee zaten in haar neus (zie foto boven
rechts). Daarmee won ze enkele weken na het NK Boulderen ook deze wedstrijd. Sinds de
absentie van Ineke Dijkstra is er weinig spannends te beleven bij het
Nederlandse vrouwenklimmen. Gelukkig maakte de demonstratie van Mirjam
in deze finaleroute voor het publiek veel goed. Haar bekende
katachtige klimstijl is dan ook altijd prachtig om te zien.
Was het krachtsverschil
bij de dames erg groot, bij de heren konden de routebouwers Bart van
Raaij en Frank Bogerman zich heerlijk uitleven in het bouwen van een
spannende finaleroute. Het was hun bedoeling dat de drie belangrijkste
titelkandidaten, Peter Horning, Erik Jacobs en Wouter Jongeneelen, de
route zouden uitklimmen, zodat er een superfinale nodig zou zijn. Dit
verklaarde de extra rode grepen in de
hoofdwand, waar Bart en Frank zich erg vrolijk over maakten. In de hal
stijgt dan ook de spanning als de finale bij de heren begint.
Als eerste is Jan Martin
Roelofs aan de beurt. Deze 32-jarige 'eeuwige student' had al van de
halve finale een circus gemaakt en doet dit in de finale nog eens
dunnetjes over door met brede armgebaren het publiek op te
zwepen. Hierdoor komt de sfeer er goed in bij de toeschouwers, die met
zo'n 300 à 400 man de hal goed vullen. De finaleroute eindigt met een
'frietzak' in het dak van de klimhal, hetgeen wel goede herinneringen
bij Jan Martin boven moet brengen. Ooit, in 1992, werd hij Nederlands
kampioen in een finaleroute met stalactiet. Hij was toen de enige die
deze wist te bereiken. Dit maal is dat echter niet het geval. Al
blazend en puffend - het valt nog mee dat hij niet luidskeels begint
te schelden - valt hij op driekwart van de hoofdwand uit de route. Jan
Martin heeft dan inmiddels zijn armen opgeblazen, hoewel hij
uitgebreid gebruik heeft gemaakt van zijn specialisme: het vinden van
rustpunten in een route.
Peter Horning is na Jan
Martin de tweede finalist. Hij heeft een zeer uitgebreide en
luidruchtige fanclub meegenomen, die allemaal T-shirts van zijn
klimhal Arqué aan
hebben. Het motto van zijn fanclub staat op een spandoek: 'Het WK was kut, nog 1x voor de
VUT'. Zo'n lawaaierige fanclub is alleen niet zo goed voor de
concentratie. Peter klimt rap door, maar bij het zesde setje komt hij
verkeerd uit en moet een heel stuk afklimmen om uit te rusten en goed
uit te komen. Boven in de hoofdwand rust hij flink lang uit bij de
colonette, vraagt rustig aan de jury hoeveel tijd hij nog over heeft,
alvorens over te stappen op de stalactiet in het dak. Enkel klimmend
met z'n armen gaat hij de stalactiet omhoog, totdat hij hoog genoeg is
om z'n voeten te gebruiken. Peter topt de route en is samen met het
publiek uitzinnig. Zou hij doorhebben dat het de bedoeling is van de
routebouwers dat naast hem nog een paar klimmers de top zouden moeten
halen?
Als derde is Dirk Mol aan de beurt. Deze
tweevoudige studentenkampioen klimt pas
2,5 jaar serieus en is het aanstormende talent van het moment. Voor de
echte Nederlandse top komt hij echter nog wat ervaring te kort. Het
begin van de finaleroute klimt hij vlot en krachtig door, maar bij de
overstap naar de stalactiet komt hij in de problemen. Hij moet een
paar pogingen doen om uit te vinden hoe hij op de stalactiet kan
komen. Als dat eindelijk lukt (zie de foto
links) pakt hij de vierde greep daarop niet goed vast en valt
er uit zonder echt verzuurd te zijn. De spanning van de finalroute
speelt zijn concentratie toch wat te veel parten, maar een redelijk
verdienstelijk zesde plaats bij dit NK is zijn deel.
De volgende klimmer, Jeroen
Jongeneelen, lijkt de laatste tijd de aansluiting met de
Nederlandse top, waaronder zijn broer Wouter, een beetje te
missen. Hij klimt het onderste stuk van de finaleroute snel door, maar
staat halverwege de wand op een gegeven moment erg uitgestrekt. Op dat
punt wil hij recht omhoog, terwijl het naar rechts moet. De volgende
twee setjes klikt hij trillerig in en met moeite komt hij bij de
colonette in de hoofdwand aan. Voordat hij de stalactiet kan bereiken
valt hij dan ook uit de route, waarmee hij een zevende plaats behaalt.
Dan is Erik Jacobs aan
de beurt. Als iemand Peter Horning tot een superfinale kan verplichten
is hij het wel. Erik is al vele maanden zeer gericht aan het trainen,
omdat hij weer eens Nederlands kampioen wil worden. De eerste 3
à 4 edities van het kampioenschap zijn door hem gewonnen, maar
de laatste vier kampioenschappen gingen aan zijn neus voorbij. Erik
klimt op inspirerende muziek geconcentreerd en gedecideerd door de
hoofdwand. Waar anderen voethoeken maken, laat hij gewoon zijn benen
bungelen. Rusten in een wedstrijdroute doet hij nooit veel, en dit
keer doet hij dat alleen even op de colonette. Aangekomen bij de
stalactiet in het dak laat hij frivool zien wat hij allemaal nog over
heeft: hij maakt de overstap naar de frietzak hangend aan slechts
één hand. Hij moet, toen hij in de isolatie zat, aan het
applaus gehoord hebben dat Peter Horning de route getopt
heeft. Desondanks spaart hij zijn krachten niet en haalt overtuigend
de top. Dat wordt dus een superfinale!
Na Erik klimt Casper ten
Sijthoff, met 14 jaar de jongste deelnemer, de finaleroute. Hij
is niet alleen de jongste, maar ook de kleinste van alle
finaleklimmers. Casper doet al een aantal jaren mee aan wedstrijden,
en in het verleden is het voorgekomen dat hij wedstrijdroutes niet kon
uitklimmen omdat hij vanwege zijn lengte met geen mogelijkheid een
volgende greep kon bereiken. Veel mensen uit het publiek verwachten
dan ook dat hij veel moeite met de overstap naar de stalactiet zal
hebben, mocht hij zover in de route komen.
Casper begint wat
zenuwachtig aan de route, en houdt de spanning er goed in, omdat hij
vaak moet zoeken hoe hij de volgende klimpassage moet aanpakken. Bij
het zesde setje heeft hij moeite om de grepen vast te houden, hij
zwengelt naar rechts om zijn voeten op de colonette te zetten, en
worstelt de colonette naar boven. Helemaal boven in de colonette
krijgt hij een daverend applaus, want hij is in staat een handsfree
rustpositie te vinden op de colonette, door enkel zijn benen om de
colonette heen te verklemmen. Bij een volgende bezoek aan THEA is het een mooie uitdaging om dat
ook eens uit te proberen. Casper moet de colonette weer een stukje
afklimmen om naar de frietzak in het dak te kunnen komen. Wat nu? Als
enige steunt hij eerst met twee handen af tegen de stalactiet,
alvorens er aan te gaan hangen. Anders dan Dirk Mol maakt hij op de
frietzak geen fout, en topt de route. Het is een onverwachte prestatie
dat Casper ook de superfinale haalt, en geemotioneerd komt hij dan ook
terug op de grond.
Na de jongste deelnemer is de oudste deelnemer aan de beurt, Michel Claus. Als Amsterdammer
heeft hij een hoop aanhangers in de hal, maar de finaleroute is voor
hem toch erg zwaar. Hij begint wat moeizaam aan het eerste dak, rust
onder in de route niet, en halverwege de hoofdwand komen de
problemen. Hij heeft moeite om het vijfde setje ingeklikt te
krijgen. Dat lukt nog wel, maar bij het zevende setje gaat het
fout. Hij laat het touw vallen voordat hij het ingeklikt krijgt,
springt naar een greep, en valt vervolgens een flink eind naar
beneden. Een achtste plaats is zijn deel, hetgeen zeer verdienstelijk
is voor iemand die zegt 40 jaar te zijn en pas drie jaar klimt.
Als achtste klimt Patrick
Coenen de finaleroute. Bij wedstrijden presteert hij vaak onder
verwachting, omdat hij de juiste concentratie niet kan opbrengen. Het
onderste stuk van de route klimt hij dan ook vlot, om niet te zeggen
gehaast, door. De traverse onderin klimt hij, net als Erik Jacobs, met
bungelende benen. Bovenin de route begint hij toch wat minder met
krachten te smijten en rust wat meer uit op de colonette. Hij bereikt
de stalactiet, maar heeft moeite om de juiste overstap te
vinden. Uiteindelijk hangt hij er als een vleermuis onder: de handen
laag onder de stalactiet en de voeten er bijna boven geklemd. Hij komt
nog een paar grepen hoger, maar valt er dan, net als Dirk Mol, toch
nog vlak onder de top vloekend uit. Patrick wordt uiteindelijk vijfde,
waardoor hij eindelijk eens een prestatie behaalt waar hij zelf
tevreden over is.
Nadat drie klimmers de finaleroute hadden getopt, wordt verwacht
dat ook Wouter Jongeneelen
de route wel zal uitklimmen. Wouter klimt de finaleroute rustig, met
brede arm- en beenbewegingen. Net als Peter Horning en Erik Jacobs is
nergens zichtbaar dat Wouter echt moeite met de route heeft. Alleen
bij het vierde setje aarzelt hij even en klimt een stukje
terug. Bovenin pakt hij de stalactiet eerst nog met de verkeerde hand,
maar corrigeert dat en klimt ook de stalactiet rustig uit. Daarmee is
het aantal superfinalisten op vier gekomen.
Pim Sjamaar is als
één na laatste aan de beurt. Hij klimt al sinds zijn
zevende, en begint dan ook zelfbewust aan het dak onderin de
route. Bij de eerste grote bak begint hij echter al meteen zijn
rechteronderarm te stretchen. Ook in de halve finaleroute zocht hij
vaak rustposities op, en in deze finaleroute blaast hij zijn onderarmen
snel op. Halverwege de hoofdwand valt hij eruit als hij te ver wil
doorpakken. Hierdoor wordt hij met een elfde plaats tijdens dit NK
laatste in de finaleroute.
Als laatste finalist is Leo
Broekmans aan de beurt. 'Loe' is, sinds hij beheerder van de klimhal in Heerlen is, flink in
klimniveau omhoog gegaan. De halve finaleroute klom hij dan ook
soepeltjes uit. De finaleroute is voor hem toch even van een wat ander
kaliber. Aangekomen bij het vijfde setje komt hij niet helemaal goed
uit. Het setje klikt hij op één hand en
één voet in en bungelt nog even los van de wand. Hij
gaat briesend door, maar de inbouw bij het volgende setje kan hij niet
houden en valt uit de wand. Als hij beneden komt, maakt de zaal zich
op voor de superfinale waarin de vier overgebleven kandidaten zullen
strijden om de titel.
Die superfinale begint
rechts in de hoofdwand, om vervolgens via een lange traverse naar
links uiteindelijk helemaal bovenin links te eindigen. Nu is ook
duidelijk waar de rode grepen voor dienen:
ze zijn nodig om van rechts naar links te kunnen traverseren. Als
eerste is Wouter Jongeneelen aan de beurt. Hij strandt bij de
sleutelpassage die middenin de traverse zit. Om van het rechter
wanddeel naar het linker te kunnen komen, moet eerst de spleet die
tussen beide wanddelen zit gebruikt worden, en vervolgens moet dan de
colonette gepakt worden. In de wijde omtrek van de spleet en colonette
zitten geen bruikbare grepen. Om voorbij de spleet te kunnen komen is
een dubbele handverklemming nodig, beide handen moeten dus in de
spleet geklemd worden. Wouter maakt de fout door beide handpalmen naar
links in de spleet te steken. Hierdoor kan hij nog wel met z'n
linkervoet de colonette bereiken, maar hij kan niet meer z'n
bovenlichaam naar links bewegen. Wat hij had moeten doen was beide
handpalmen naar elkaar toe in de spleet steken. Omdat hij dat dus niet
deed valt hij al vrij snel uit de route.
De volgende klimmer in
de superfinale is Erik Jacobs. Wat Studio Sport blijkbaar erg
bijzonder vond was dat hij klom op muziek van de Cranberries. Ach
ja ... Als Mike Meynard aan dit NK had meegedaan waren ze
helemaal van hun stoel gevallen. Anyway, de inklim doet Erik rustig
aan, en in het eerste stuk van de traverse plaatst hij z'n handen en
voeten heel zorgvuldig. Nu komt de spleet en colonette. Erik plaatst
zijn handen wel goed in de spleet, spreidt netjes uit naar de
colonette en klimt de colonette een stuk omhoog voor een rustpositie.
Na de rust klimt hij de
colonette weer gedeeltelijk af en klimt de traverse verder (zie de
foto hierboven). Vanaf het zevende
setje gaat het dan naar boven, waarbij halverwege de wand een aantal
keer zeer ver doorgestrekt moet worden. In het stuk na de laatste
overhang is het voor Erik echter gedaan, en slaagt hij er niet in om
een greep waar hij naar toe jumpt goed te belasten. Als Erik beneden
komt is hij, zoals altijd bij wedstrijdroutes die hij niet uitklimt,
niet tevreden. Toch is hij volgens de routebouwers zeer ver in de
route gekomen.
Casper ten Sijthoff moet in het begin
van de traverse al flink doorgrijpen om verder te komen. Zijn klimmen
ziet er doelbewust uit en hij komt dan ook snel bij de spleet aan. In
de eerdere finaleroute heeft Casper echter al alles gegeven, en de
enige manier voor hem om voorbij de spleet te komen is door naar de
colonette te springen (zie de foto
links). Die is echter veel te smal en moeilijk om dynamisch
vast te kunnen pakken, en dus valt hij uit de route. Omdat Wouter
Jongeneelen de colonette nog wel kon belasten met zijn voeten en een
klimbeweging kon maken wordt Wouter uiteindelijk derde op dit NK en
Casper vierde.
Als laatste deze
dag is dan Peter Horning, de kampioen van vorig jaar, aan de
beurt. Zijn fanclub slaat op tilt als hij opkomt, en dat gaat meteen
ten koste van zijn klimmen. Bij de inklim maakt hij gelijk een fout,
maar herstelt dat netjes met een goed te horen 'hmm'. Hij komt snel bij de spleet aan, stopt zijn
linkerhand in de spleet, probeert de colonette te bereiken, maar moet
weer terug. Hij zoekt een paar keer een uitweg, maar klimt vervolgens
de wand tot bijna de grond weer af op zoek naar een rustpositie.
In die lage positie
krijgt hij een 'Tom Poes, verzin een list' inval: bij de kolom midden
in de hoofdwand zit een gapend gat tussen de wand en die kolom. En
aangezien alles gebruikt mag worden zolang je maar niet terugstapt op
de grond en alle setjes inklikt, klimt hij via dat gat richting
colonette (zie de foto rechts). De zaal
applaudiseert luid om deze list en houdt vervolgens z'n adem in, in
afwachting of deze list Peter de titelprolongatie oplevert.
Hij moet echter erg lang rusten
in het traversestuk links van de colonette. Erik dat deed slimmer door de
colonette een stukje verder uit te klimmen, tot een plek waar een vast
rustpunt zit. In het stuk na de traverse treedt er bij Peter dan ook enige
aarzeling op, en voordat hij op gelijke hoogte met Erik kan komen valt Peter
door verzuring uit de superfinale (de allereerste
foto in dit verslag laat het hoogste punt van Peter zien). In plaats
van de prolongatie van zijn titel wordt Peter Horning tweede, en wordt Erik
Jacobs voor het eerst sinds een paar jaar weer Nederlands kampioen. Dit zou
een goede voorbode zijn, want een dag later worden elf andere Eindhovenaren voor het eerst sinds een
paar jaar ook weer Nederlands kampioen.