[ www.climbing.nl ]  [ Home ]
 [ Prikbord ]
 [ Klimgids ]
 [ Competitie ]
 [ Internationaal ]
 [ Alpine ]
 [ Bleau ]
 [ Clubs en X-tra ]
 [ Site info ]
DCH > Competitie > 96/97 > Verslag NK  
 [ Competitie ]


 Algemeen:
agenda
klimmers
verslagen
 Nederland:
dit seizoen
vorig seizoen
vanaf 1988
 Internationaal:
dit seizoen
vorig seizoen
vanaf 1991
 

Enquête:
Wie zorgt voor de grootste verrassing tijdens de Worldcup in Eindhoven?

Dennis Teijsse

Dirk Mol

Elko Schellingerhout

Hans Busker

Kim van den Hout

Marianne Verhage

Marianne van der Steen

Pim Cattenstart

Rachèl Nilwik

Roelien van der Vrie

Timo Tak

 


 [ Demmenie Sport ]

 [ NK'97 ]

Wedstrijdverslag Nederlands 
Kampioenschap Sportklimmen 1997 

Tussen Hemel en Aarde Amsterdam, zaterdag 24 mei 1997 
Zie voor de exacte uitslag de competitie resultaten ! 

Dit jaar was het alweer voor de achtste keer dat het Nederlands Kampioenschap Sportklimmen werd gehouden. Plaats van handeling was ditmaal de klimhal 'Tussen Hemel en Aarde' in Amsterdam, en voor het eerst was er zowaar een cameraploeg van Studio Sport aanwezig om een verslag van het evenement te maken.

Peter in de superfinale
 De deelnemers hadden zich voornamelijk gekwalificeerd door hoog te eindigen in de nationale competitie 96/97. Er deden 20 mannen en 8 vrouwen mee; ook de titelverdedigers Peter Horning (zie foto links) en Mirjam Verbeek waren natuurlijk van de partij. Omdat een kwalificatieronde niet meer nodig was, begon de wedstrijd meteen met de halve finale, waarin de deelnemers één route klommen. Degenen die de route uitklommen, zouden uiteindelijk doorgaan naar de finale.

De dames begonnen de wedstrijd met het klimmen van een 'witte' route in het linkerwanddeel. Het routeverloop was aangegeven met setjes; de deelnemers mochten alle kleuren grepen gebruiken. Dit gold voor alle routes die vandaag geklommen zouden worden. De halve finale route bij de dames begint op een licht overhangende wand links van de hoofdwand, waar al direct het eerste setje op zit. Via een verticale 'geul' van een halve meter moet de klimster de zijkant van de hoofdwand bereiken, waar het tweede setje zit. Vanaf daar is het een hoekroute, continu overhangend, maar de zijkant kan royaal worden gebruikt. De sleutelpassage was op tweederde van de route. De halve finale route bij de vrouwen was niet echt spannend, want bij deze sleutelpassage viel slechts één deelneemster (Leonieke Beverloo) uit de wand; de overige klimsters bereikten allemaal de top.

De heren klommen tegelijkertijd in de halve finale de 'witte' route in het rechterwanddeel. De route begon bij een kolom voor een forse overhang. Het was het simpelst om via de kolom in te stappen, maar Bas Wals en Peter Horning hadden dit niet nodig. Bas zou onder andere hierom als laatste eindigen; Peter zou het een stuk verder schoppen ...

De sleutelpassage zat bij de laatste overhang (vierde setje). Hier moest de klimmer met de rechterhand ver doorgrijpen naar een tweevingergat en vervolgens doorkruisen naar een greep om de hoek. Serge Leummens, Adriaan Labout, Aldwin van Broekhoven, Roman van der Werf, Herrie Heckman en Erik Deggeller zouden de greep om de hoek niet bereiken. Deze greep werd door de meeste klimmers gebruikt om goed uit te rusten. Alleen Duncan Sewing (spreek uit, tenminste volgens de speakster: 'Soewing') vond dat maar onzin: 'Houd ik niet zo van, rusten. Duurt te lang'. In de traverse naar links die hierop volgde, zou hij dan ook sneuvelen. Dat deed ook Bert Dijkink, terwijl hij even tevoren nog wel een hele mooie kruisbeweging had gemaakt. De overige elf klimmers zouden wel toppen in deze halve finale.

Mirjam in de finalerouteDe finaleroute van de dames zat op het rechterwanddeel. Net als bij de halve finale heren begon de route met een forse overhang, alleen niet bij de kolom. Dat was niet zo gelukkig gekozen door de routebouwers, want de dames hadden erg veel moeite met de steilte van de hoofdwand. Na de overhang werd het namelijk pas echt moeilijk, met een aantal inbouwgrepen en behoorlijk hoog geplaatste treetjes. Om niet te veel kracht te verspillen, moesten de klimsters goed indraaien en dat konden de meeste dames niet meer opbrengen na de zware overhang onderin. Nienke Swart, Monica Zeilemaker, Heidi van der Mooren en Judith Sjamaar klommen zich in deze passage vast. Veel van de deelneemsters waren daardoor telkens zo snel klaar, dat sommige hierdoor bij hun voorbereiding in de isolatie in problemen kwamen.

De tweede sleutelpassage was de bovenste overhang. Bij het setje in de overhang zaten twee grote grepen, die echter moeilijk te belasten waren. De klimsters konden wel tegen de zijkant van het linkerwanddeel afsteunen. Eleonora van der Putten kon bij het uitspreiden onvoldoende lichaamsspanning opbouwen. Ze viel uit de wand, maar werd toch derde. Wilma Renkema sneuvelde iets hoger: bij het uitklimmen van de overhang kwam ze niet goed uit. In een positie met gekruiste handen kon ze niet hoog doorgrijpen. Mirjam Verbeek klom deze finaleroute bij wijze van spreken met acht vingers uit; de andere twee zaten in haar neus (zie foto boven rechts). Daarmee won ze enkele weken na het NK Boulderen ook deze wedstrijd. Sinds de absentie van Ineke Dijkstra is er weinig spannends te beleven bij het Nederlandse vrouwenklimmen. Gelukkig maakte de demonstratie van Mirjam in deze finaleroute voor het publiek veel goed. Haar bekende katachtige klimstijl is dan ook altijd prachtig om te zien.

Was het krachtsverschil bij de dames erg groot, bij de heren konden de routebouwers Bart van Raaij en Frank Bogerman zich heerlijk uitleven in het bouwen van een spannende finaleroute. Het was hun bedoeling dat de drie belangrijkste titelkandidaten, Peter Horning, Erik Jacobs en Wouter Jongeneelen, de route zouden uitklimmen, zodat er een superfinale nodig zou zijn. Dit verklaarde de extra rode grepen in de hoofdwand, waar Bart en Frank zich erg vrolijk over maakten. In de hal stijgt dan ook de spanning als de finale bij de heren begint.

Als eerste is Jan Martin Roelofs aan de beurt. Deze 32-jarige 'eeuwige student' had al van de halve finale een circus gemaakt en doet dit in de finale nog eens dunnetjes over door met brede armgebaren het publiek op te zwepen. Hierdoor komt de sfeer er goed in bij de toeschouwers, die met zo'n 300 à 400 man de hal goed vullen. De finaleroute eindigt met een 'frietzak' in het dak van de klimhal, hetgeen wel goede herinneringen bij Jan Martin boven moet brengen. Ooit, in 1992, werd hij Nederlands kampioen in een finaleroute met stalactiet. Hij was toen de enige die deze wist te bereiken. Dit maal is dat echter niet het geval. Al blazend en puffend - het valt nog mee dat hij niet luidskeels begint te schelden - valt hij op driekwart van de hoofdwand uit de route. Jan Martin heeft dan inmiddels zijn armen opgeblazen, hoewel hij uitgebreid gebruik heeft gemaakt van zijn specialisme: het vinden van rustpunten in een route.

Peter Horning is na Jan Martin de tweede finalist. Hij heeft een zeer uitgebreide en luidruchtige fanclub meegenomen, die allemaal T-shirts van zijn klimhal Arqué aan hebben. Het motto van zijn fanclub staat op een spandoek: 'Het WK was kut, nog 1x voor de VUT'. Zo'n lawaaierige fanclub is alleen niet zo goed voor de concentratie. Peter klimt rap door, maar bij het zesde setje komt hij verkeerd uit en moet een heel stuk afklimmen om uit te rusten en goed uit te komen. Boven in de hoofdwand rust hij flink lang uit bij de colonette, vraagt rustig aan de jury hoeveel tijd hij nog over heeft, alvorens over te stappen op de stalactiet in het dak. Enkel klimmend met z'n armen gaat hij de stalactiet omhoog, totdat hij hoog genoeg is om z'n voeten te gebruiken. Peter topt de route en is samen met het publiek uitzinnig. Zou hij doorhebben dat het de bedoeling is van de routebouwers dat naast hem nog een paar klimmers de top zouden moeten halen?

Dirk Mol in de finaleAls derde is Dirk Mol aan de beurt. Deze tweevoudige studentenkampioen klimt pas 2,5 jaar serieus en is het aanstormende talent van het moment. Voor de echte Nederlandse top komt hij echter nog wat ervaring te kort. Het begin van de finaleroute klimt hij vlot en krachtig door, maar bij de overstap naar de stalactiet komt hij in de problemen. Hij moet een paar pogingen doen om uit te vinden hoe hij op de stalactiet kan komen. Als dat eindelijk lukt (zie de foto links) pakt hij de vierde greep daarop niet goed vast en valt er uit zonder echt verzuurd te zijn. De spanning van de finalroute speelt zijn concentratie toch wat te veel parten, maar een redelijk verdienstelijk zesde plaats bij dit NK is zijn deel.

De volgende klimmer, Jeroen Jongeneelen, lijkt de laatste tijd de aansluiting met de Nederlandse top, waaronder zijn broer Wouter, een beetje te missen. Hij klimt het onderste stuk van de finaleroute snel door, maar staat halverwege de wand op een gegeven moment erg uitgestrekt. Op dat punt wil hij recht omhoog, terwijl het naar rechts moet. De volgende twee setjes klikt hij trillerig in en met moeite komt hij bij de colonette in de hoofdwand aan. Voordat hij de stalactiet kan bereiken valt hij dan ook uit de route, waarmee hij een zevende plaats behaalt.

Dan is Erik Jacobs aan de beurt. Als iemand Peter Horning tot een superfinale kan verplichten is hij het wel. Erik is al vele maanden zeer gericht aan het trainen, omdat hij weer eens Nederlands kampioen wil worden. De eerste 3 à 4 edities van het kampioenschap zijn door hem gewonnen, maar de laatste vier kampioenschappen gingen aan zijn neus voorbij. Erik klimt op inspirerende muziek geconcentreerd en gedecideerd door de hoofdwand. Waar anderen voethoeken maken, laat hij gewoon zijn benen bungelen. Rusten in een wedstrijdroute doet hij nooit veel, en dit keer doet hij dat alleen even op de colonette. Aangekomen bij de stalactiet in het dak laat hij frivool zien wat hij allemaal nog over heeft: hij maakt de overstap naar de frietzak hangend aan slechts één hand. Hij moet, toen hij in de isolatie zat, aan het applaus gehoord hebben dat Peter Horning de route getopt heeft. Desondanks spaart hij zijn krachten niet en haalt overtuigend de top. Dat wordt dus een superfinale!

Na Erik klimt Casper ten Sijthoff, met 14 jaar de jongste deelnemer, de finaleroute. Hij is niet alleen de jongste, maar ook de kleinste van alle finaleklimmers. Casper doet al een aantal jaren mee aan wedstrijden, en in het verleden is het voorgekomen dat hij wedstrijdroutes niet kon uitklimmen omdat hij vanwege zijn lengte met geen mogelijkheid een volgende greep kon bereiken. Veel mensen uit het publiek verwachten dan ook dat hij veel moeite met de overstap naar de stalactiet zal hebben, mocht hij zover in de route komen.

Casper begint wat zenuwachtig aan de route, en houdt de spanning er goed in, omdat hij vaak moet zoeken hoe hij de volgende klimpassage moet aanpakken. Bij het zesde setje heeft hij moeite om de grepen vast te houden, hij zwengelt naar rechts om zijn voeten op de colonette te zetten, en worstelt de colonette naar boven. Helemaal boven in de colonette krijgt hij een daverend applaus, want hij is in staat een handsfree rustpositie te vinden op de colonette, door enkel zijn benen om de colonette heen te verklemmen. Bij een volgende bezoek aan THEA is het een mooie uitdaging om dat ook eens uit te proberen. Casper moet de colonette weer een stukje afklimmen om naar de frietzak in het dak te kunnen komen. Wat nu? Als enige steunt hij eerst met twee handen af tegen de stalactiet, alvorens er aan te gaan hangen. Anders dan Dirk Mol maakt hij op de frietzak geen fout, en topt de route. Het is een onverwachte prestatie dat Casper ook de superfinale haalt, en geemotioneerd komt hij dan ook terug op de grond.

Na de jongste deelnemer is de oudste deelnemer aan de beurt, Michel Claus. Als Amsterdammer heeft hij een hoop aanhangers in de hal, maar de finaleroute is voor hem toch erg zwaar. Hij begint wat moeizaam aan het eerste dak, rust onder in de route niet, en halverwege de hoofdwand komen de problemen. Hij heeft moeite om het vijfde setje ingeklikt te krijgen. Dat lukt nog wel, maar bij het zevende setje gaat het fout. Hij laat het touw vallen voordat hij het ingeklikt krijgt, springt naar een greep, en valt vervolgens een flink eind naar beneden. Een achtste plaats is zijn deel, hetgeen zeer verdienstelijk is voor iemand die zegt 40 jaar te zijn en pas drie jaar klimt.

Als achtste klimt Patrick Coenen de finaleroute. Bij wedstrijden presteert hij vaak onder verwachting, omdat hij de juiste concentratie niet kan opbrengen. Het onderste stuk van de route klimt hij dan ook vlot, om niet te zeggen gehaast, door. De traverse onderin klimt hij, net als Erik Jacobs, met bungelende benen. Bovenin de route begint hij toch wat minder met krachten te smijten en rust wat meer uit op de colonette. Hij bereikt de stalactiet, maar heeft moeite om de juiste overstap te vinden. Uiteindelijk hangt hij er als een vleermuis onder: de handen laag onder de stalactiet en de voeten er bijna boven geklemd. Hij komt nog een paar grepen hoger, maar valt er dan, net als Dirk Mol, toch nog vlak onder de top vloekend uit. Patrick wordt uiteindelijk vijfde, waardoor hij eindelijk eens een prestatie behaalt waar hij zelf tevreden over is.

Nadat drie klimmers de finaleroute hadden getopt, wordt verwacht dat ook Wouter Jongeneelen de route wel zal uitklimmen. Wouter klimt de finaleroute rustig, met brede arm- en beenbewegingen. Net als Peter Horning en Erik Jacobs is nergens zichtbaar dat Wouter echt moeite met de route heeft. Alleen bij het vierde setje aarzelt hij even en klimt een stukje terug. Bovenin pakt hij de stalactiet eerst nog met de verkeerde hand, maar corrigeert dat en klimt ook de stalactiet rustig uit. Daarmee is het aantal superfinalisten op vier gekomen.

Pim Sjamaar is als één na laatste aan de beurt. Hij klimt al sinds zijn zevende, en begint dan ook zelfbewust aan het dak onderin de route. Bij de eerste grote bak begint hij echter al meteen zijn rechteronderarm te stretchen. Ook in de halve finaleroute zocht hij vaak rustposities op, en in deze finaleroute blaast hij zijn onderarmen snel op. Halverwege de hoofdwand valt hij eruit als hij te ver wil doorpakken. Hierdoor wordt hij met een elfde plaats tijdens dit NK laatste in de finaleroute.

Als laatste finalist is Leo Broekmans aan de beurt. 'Loe' is, sinds hij beheerder van de klimhal in Heerlen is, flink in klimniveau omhoog gegaan. De halve finaleroute klom hij dan ook soepeltjes uit. De finaleroute is voor hem toch even van een wat ander kaliber. Aangekomen bij het vijfde setje komt hij niet helemaal goed uit. Het setje klikt hij op één hand en één voet in en bungelt nog even los van de wand. Hij gaat briesend door, maar de inbouw bij het volgende setje kan hij niet houden en valt uit de wand. Als hij beneden komt, maakt de zaal zich op voor de superfinale waarin de vier overgebleven kandidaten zullen strijden om de titel. Erik in de traverse van de superfinale

Die superfinale begint rechts in de hoofdwand, om vervolgens via een lange traverse naar links uiteindelijk helemaal bovenin links te eindigen. Nu is ook duidelijk waar de rode grepen voor dienen: ze zijn nodig om van rechts naar links te kunnen traverseren. Als eerste is Wouter Jongeneelen aan de beurt. Hij strandt bij de sleutelpassage die middenin de traverse zit. Om van het rechter wanddeel naar het linker te kunnen komen, moet eerst de spleet die tussen beide wanddelen zit gebruikt worden, en vervolgens moet dan de colonette gepakt worden. In de wijde omtrek van de spleet en colonette zitten geen bruikbare grepen. Om voorbij de spleet te kunnen komen is een dubbele handverklemming nodig, beide handen moeten dus in de spleet geklemd worden. Wouter maakt de fout door beide handpalmen naar links in de spleet te steken. Hierdoor kan hij nog wel met z'n linkervoet de colonette bereiken, maar hij kan niet meer z'n bovenlichaam naar links bewegen. Wat hij had moeten doen was beide handpalmen naar elkaar toe in de spleet steken. Omdat hij dat dus niet deed valt hij al vrij snel uit de route.

De volgende klimmer in de superfinale is Erik Jacobs. Wat Studio Sport blijkbaar erg bijzonder vond was dat hij klom op muziek van de Cranberries. Ach ja ... Als Mike Meynard aan dit NK had meegedaan waren ze helemaal van hun stoel gevallen. Anyway, de inklim doet Erik rustig aan, en in het eerste stuk van de traverse plaatst hij z'n handen en voeten heel zorgvuldig. Nu komt de spleet en colonette. Erik plaatst zijn handen wel goed in de spleet, spreidt netjes uit naar de colonette en klimt de colonette een stuk omhoog voor een rustpositie.

Na de rust klimt hij de colonette weer gedeeltelijk af en klimt de traverse verder (zie de foto hierboven). Vanaf het zevende setje gaat het dan naar boven, waarbij halverwege de wand een aantal keer zeer ver doorgestrekt moet worden. In het stuk na de laatste overhang is het voor Erik echter gedaan, en slaagt hij er niet in om een greep waar hij naar toe jumpt goed te belasten. Als Erik beneden komt is hij, zoals altijd bij wedstrijdroutes die hij niet uitklimt, niet tevreden. Toch is hij volgens de routebouwers zeer ver in de route gekomen.

Casper in de superfinale Casper ten Sijthoff moet in het begin van de traverse al flink doorgrijpen om verder te komen. Zijn klimmen ziet er doelbewust uit en hij komt dan ook snel bij de spleet aan. In de eerdere finaleroute heeft Casper echter al alles gegeven, en de enige manier voor hem om voorbij de spleet te komen is door naar de colonette te springen (zie de foto links). Die is echter veel te smal en moeilijk om dynamisch vast te kunnen pakken, en dus valt hij uit de route. Omdat Wouter Jongeneelen de colonette nog wel kon belasten met zijn voeten en een klimbeweging kon maken wordt Wouter uiteindelijk derde op dit NK en Casper vierde.

Als laatste deze dag is dan Peter Horning, de kampioen van vorig jaar, aan de beurt. Zijn fanclub slaat op tilt als hij opkomt, en dat gaat meteen ten koste van zijn klimmen. Bij de inklim maakt hij gelijk een fout, maar herstelt dat netjes met een goed te horen 'hmm'. Hij komt snel bij de spleet aan, stopt zijn linkerhand in de spleet, probeert de colonette te bereiken, maar moet weer terug. Hij zoekt een paar keer een uitweg, maar klimt vervolgens de wand tot bijna de grond weer af op zoek naar een rustpositie.

Tom Poes verzint een list In die lage positie krijgt hij een 'Tom Poes, verzin een list' inval: bij de kolom midden in de hoofdwand zit een gapend gat tussen de wand en die kolom. En aangezien alles gebruikt mag worden zolang je maar niet terugstapt op de grond en alle setjes inklikt, klimt hij via dat gat richting colonette (zie de foto rechts). De zaal applaudiseert luid om deze list en houdt vervolgens z'n adem in, in afwachting of deze list Peter de titelprolongatie oplevert.

Hij moet echter erg lang rusten in het traversestuk links van de colonette. Erik dat deed slimmer door de colonette een stukje verder uit te klimmen, tot een plek waar een vast rustpunt zit. In het stuk na de traverse treedt er bij Peter dan ook enige aarzeling op, en voordat hij op gelijke hoogte met Erik kan komen valt Peter door verzuring uit de superfinale (de allereerste foto in dit verslag laat het hoogste punt van Peter zien). In plaats van de prolongatie van zijn titel wordt Peter Horning tweede, en wordt Erik Jacobs voor het eerst sinds een paar jaar weer Nederlands kampioen. Dit zou een goede voorbode zijn, want een dag later worden elf andere Eindhovenaren voor het eerst sinds een paar jaar ook weer Nederlands kampioen.


 | 
 
DCH | prikbord | klimgids NL | competitie | bleau | alpine | zoek | redactie |
internationaal | bergsport.com | SAC's : N : A : E : L : Nij : Y | X-tra : nmga : klim-x |
demmenie : axis : la sportiva : belle maison : nkbv : de klimmuur : klimhal a'dam |
 Pagina laatst
bijgewerkt op:
© '94-'09 climbing.nl all rights reserved21 jan 2004