![[ Verslag City Rock Masters '98]](/images/9798/crmtitel.gif)
![[Muriel Sarkany]](/images/9798/crmmsarkany.jpg)
City Rock
Mechelen (België), zaterdag 28 maart 1998.
Zie ook de uitslag
op de BCCC
homepage !
Al vele jaren wordt er geprobeerd om een echte Beneluxcup van de
grond te krijgen. Alle pogingen van de bergsportbonden zijn tot nu toe
gestrand, en vandaar dat ontmoetingen tussen Belgische en Nederlandse
klimmers door klimhalexploitanten zelf geïnitieerd moeten
worden. Dit jaar vond al voor de derde maal de Yellow Stone Climbing Trophy plaats, een
wedstrijd waar naast Nederlandse klimmers ook altijd een grote
delegatie zuiderburen aanwezig is. Deze wedstrijd wordt echter nooit
als een "België - Holland" geaffichieerd, en dus lag de weg
open voor de Belgische klimzaal City Rock om de "eerste" (lage) landenwedstrijd te
organiseren.
In 1995 organiseerde City Rock zijn eerste Belgische
Masters. Winnaar van die Masters was Alec Bronitz uit Brussel. Alec
kwam in de zomer van '95 - samen met de Mechelse klimmer
Jurgen Andries - om het leven tijdens een steenlawine in het
Mt. Blanc-gebied. De Masters '98 werd daarom aan hen beiden
opgedragen, en ter nagedachtenis werd voor de wedstrijd een minuut
stilte in acht genomen.
![[ De Sarkanies ]](/images/9798/crmsarkany.jpg)
Broer en zus Sarkany tijdens het inlezen van de
kwalificatieroutes
De organisatoren hadden het goed geregeld, want de BRT was gestrikt om
opnames te maken voor het programma Sportweekend. De belangrijkste sporter
voor de BRT was Muriel Sarkany (zie twee keer
hierboven), omdat zij het afgelopen jaar enkele Wereldbeker wedstrijden
had gewonnen en ook als koploopster van de Worldcup
ranglijst was geëindigd. De camera's zoemden dan ook zodra Muriel aan
de slag ging, en gingen weer uit zodra ze klaar was.
Van te voren zag de startlijst van de Masters er voor de
Nederlanders weinig hoopvol uit. Tijdens de Yellow Stone Climbing Trophy van dit jaar
waren de Hollandse mannen al op een ontluisterende manier verslagen,
en bij deze wedstrijd waren de Belgen op volle oorlogssterkte. Op twee
klimmers na, Bert van Lint en Nicolas Favresse, waren de sterkste
klimmers van de afgelopen Belgische kampioenschappen, Climb '98, aanwezig. De Belgische wedstrijdcommissie
BCCC was juist zeer tevreden over Climb '98, omdat de finale van die wedstrijd echt
werd uitgevochten door de sterkste (competitie) klimmers. Onder hen waren
niet alleen Frédéric en Muriel Sarkany, maar ook illustere namen zoals
Michel van Eynde (de winnaar van Climb'98) en Jean-Pol Finné, klimmers die in de rotsen al 8b / 8c
op hun naam hebben staan.
Wat
stelde Nederland daar tegenover? In vergelijking met de Yellow Stone Climbing Trophy waren vijf
van de negen deelnemers "nieuw". Om te beginnen deed Wouter Jongeneelen
(links in de 1e kwalificatieroute) voor het
eerst sinds het Nederlands
Kampioenschap 1997 weer mee aan een gewone, niet-boulder, wedstrijd. Wouter had genoeg van
klimwedstrijden, maar begint er nu weer lol in te
krijgen. Hoogstwaarschijnlijk doet hij wel weer mee aan de laatste
landelijke A-wedstrijd, om zich op die manier alsnog te kwalificeren
voor het aanstaande Nederlandse Kampioenschap.
Terug van weggeweest wegens een rugblessure was Patrick Coenen voor het
eerst weer present bij een wedstrijd. Hij heeft het afgelopen jaar
veel progressie gemaakt en werd dan ook in de eerste landelijke A-wedstrijd ex-aequo
eerste. Sindsdien moest hij vanwege die rugblessure verstek laten
gaan, maar zou in deze wedstrijd bewijzen weer helemaal terug te
zijn. Hij is de laatste tijd super gemotiveerd om goed te presteren,
en hoopt ook eens in internationale wedstrijden ervaring op te mogen
doen.
Opvallende namen aan
Nederlandse kant waren verder Bert Dijkink (rechts in de 2e kwalificatieroute) en Jos Leenen, klimmers die vrijwel
niet op wedstrijden te zien zijn, hoewel ze beiden hebben deelgenomen
aan de AXIS
boulderexperience. Bert zorgt er meestal wel voor dat hij aan het
Nederlands Kampioenschap kan deelnemen en behaalt dan altijd een
knappe finaleplaats, maar tijd om aan veel meer wedstrijden deel te
nemen heeft hij niet. Jos doet, afgezien van die experience, helemaal
nooit mee aan wedstrijden. Hoewel hij al een 8a in de Frankenjura op
zijn naam heeft staan, heeft hij nog nooit iets gepresteerd in
wedstrijden. Maar omdat hij de laatste tijd goed in vorm is, had hij
zich toch laten strikken voor deze wedstrijd.
Een belangrijke reden voor Jos om aan de wedstrijd deel te nemen was ook
het feit dat het ging om een teamwedstrijd. Maar daar lieten nu juist zijn
mede-Eindhovenaren hem lelijk in de steek. Erik Jacobs was net terug van een vakantie in Aruba, maar had een vingerblessure
niet goed verzorgd en moest afzeggen. Een ander Eindhovens kuikentje was Dirk Mol, die als vage smoes tentamenstress
had en ook op het laatste moment afzei.
De organisatie probeerde vanwege alle afzeggingen op het laatste moment nog
Peter Horning te strikken, maar die had
net zoals mede-Enschedeër Jan-Martin
Roelofs geen zin om helemaal naar Mechelen te komen. Peter Horning is
sinds het NK'97 gestopt met wedstrijden,
en schijnt volgens geruchten alleen nog met het komend NK mee te doen als Erik
Jacobs daar zijn titel zal verdedigen. Peter wil namelijk niet dat Erik geen
moeite voor z'n titel hoeft te doen ... Het Nederlandse team was in
tegenstelling tot het Belgische in ieder geval niet op volle oorlogssterkte,
hetgeen natuurlijk jammer is voor zo'n eerste landenconfrontatie.
Dat Nederland het
moeilijk zou krijgen bleek al meteen aan het begin van de eerste
kwalificatieroute. Bij landelijke wedstrijden wordt zo'n eerste route
vaak als opwarmertje gebruikt, maar bij deze wedstrijd hadden de
routebouwers Frank Bogerman en Cristian Rolfs er voor gekozen
internationale maatstaven aan te houden. De klimmers moesten al meteen
in de eerste route vol aan de bak, en sommige Nederlanders hadden het
daar toch moeilijk mee. Zo had veteranenkampioen Michel Claus al grote
problemen om het eerste dak te overwinnen (zie
rechts). Michel heeft het afgelopen jaar altijd finaleplaatsen
behaald bij Nederlandse wedstrijden, maar deze wedstrijd liet zien dat
het nivo internationaal wedstrijd toch een stuk hoger ligt.
Voor Jos Leenen
(zie hieronder in de 2e kwalificatieroute)
werd het ook snel duidelijk dat een goed klimnivo buiten geen enkele
garantie is voor aansprekende wedstrijdresultaten. Veel te gespannen
klom hij de kwalificatieroutes, waardoor hij er al snel uit kwam
zetten. Stiekem had Jos gehoopt hier een goed resultaat neer te
zetten, en in dat geval zou hij geprobeerd hebben om zich via de
laatste landelijke A-wedstrijd te kwalificeren voor het komende NK. In
de kwalificatieroutes bakte hij er echter niet veel van, en we zullen
hem dan waarschijnlijk ook niet aantreffen op het komende NK als
wedstrijdklimmer. Gelukkig is wedstrijdklimmen maar een onderdeeltje
van de klimsport, en zijn mensen als Wolfgang Güllich ook niet om
die reden beroemd geworden.
In de eerste
kwalificatieroute zag het er lange tijd naar uit dat niemand de top
zou halen. De eerste die dat wel lukte was Jean-Pol Finné (zie
hieronder), die indruk maakte door gigantisch met krachten te
smijten. Hoewel aan Belgische kant Olivier Coenen en aan Nederlandse
kant Jeroen
Jongeneelen en Casper ten Sijthoff dicht
bij de eindgreep waren gekomen, was Jean-Pol toch de eerste die hem
daarwerkelijk vast had. Om de eindgreep te bereiken moest twee grepen
voor het eind in één keer doorgekruist worden naar de
top. Veel klimmers strandden echter vlak voor de top, omdat ze te laat
doorhadden hoe de laatste beweging moest.
Na Jean-Pol zouden van Belgische kant nog twee
klimmers de eindgreep halen, namelijk Michel van Eynde en Frédéric Sarkany. Omdat er maar vijf
Belgen door zouden gaan naar de finale, was de strijd om de overige
twee plaatsen hevig. Iemand die het daarbij minder goed verging was Johan Mus, die nota bene tweede bij Climb '98 en bij de Yellow Stone Climbing Trophy was
geworden. Hij presteerde voor zijn doen niet goed tijdens de
kwalificatieroutes, en zou niet doordringen tot de finales.
![[Jean-Pol Finne]](/images/9798/crmfinne.jpg)
Jean-Pol
Finné in de eerste kwalificatieroute
De twee dames, Muriel Sarkany en Mirjam Verbeek, hadden ook een
zeer lastige klus om de finale te behalen, aangezien ze geen aparte
wedstrijd hadden. Ze moesten zich maar zien te handhaven tussen de
heren, hetgeen niet zou lukken. Er was behoorlijk wat kracht nodig
voor de door Frank Bogerman en Cristian Rolfs gebouwde routes, en mede
daarom konden beide dames geen finaleplaats veroveren.
Muriel Sarkany presteerde in de tweede
kwalificatieroute wel heel goed, maar dat was niet voldoende. De
resultaten van beide kwalificatieroutes werden namelijk gemiddeld, en
omdat ze in de eerste kwalificatieroute niet zo hoog was gekomen lag
ze er uit.
Mirjam
Verbeek (zie rechts in de 1e kwalificatie
route) kon in de tweede kwalificatieroute halverwege de route
een zware dynamo niet maken, en eindigde daarom niet hoog. Ze bewees
echter wel makkelijk met de Nederlandse mannen mee te kunnen.
Waarschijnlijk zou ze in landelijke A-wedstrijden ook bij de mannen
wel een finaleplaats kunnen behalen. Voor haar sponsoring is het
belangrijk dat zij zich Nederlands kampioen kan noemen, maar
misschien zou het toch aardiger zijn als zij in de overige
A-wedstrijden met de mannen mee zou klimmen. Maar ja, dat is al een
hele oude discussie ....
Was het dan allemaal kommer en kwel voor de Nederlanders tijdens de
kwalificatieroutes? Helemaal niet, want Patrick Coenen gaf een
uitstekend visitekaartje af door, naast de eerder genoemde drie
Belgen, óók de eerste kwalificatieroute geheel uit te
klimmen (zie hieronder). In de tweede
route presteerde Patrick eveneens heel goed, en daarmee werd hij
Neerlands hoop in bange dagen. Uiteindelijk zou overigens niemand van
de deelnemers de tweede kwalificateroute uitklimmen.
Nadat de
rook van de kwalificatieroutes was opgetrokken, kon bepaald worden wie
er door ging naar de finale, en wie de zogenaamde duels moest
gaan uitvechten. Bij die duels moest er parallel door twee deelnemers
geklommen worden op min of meer gelijke routes. De duelroutes waren
met 7a+ zo zwaar gemaakt, dat het geen klassieke snelklimwedstrijd
was. Onderin de routes moesten er eerst een aantal subtiele
klimbewegingen gemaakt worden, alvorens de klimmers bij een colonette
aankwamen. Die colonette was ook al niet snel te beklimmen, zodat er
niet echt snelheid gemaakt kon worden. De maximale klimtijd was echter
maar vier minuten, en dat betekende in de praktijk dat er wel degelijk
snel door geklommen moest worden.
De klimmers die niet in de finale uitkwamen en dus
onderlinge duels moesten uitvechten waren:
(1) Jan
Verschoten vs. Roman v.d. Werf,
(2) Peter
Beliën vs. Bert Dijkink,
(4) Marius Oniga,
de Roemeense klimbelg, vs. Jos Leenen,
(5) Johan Mus vs. Michel Claus en
(3) Muriel Sarkany vs. Mirjam Verbeek
(die
natuurlijk tegen elkaar mochten uitkomen)
De bovenstaande RealVideo's laten de eerste manche van de duels zien,
en spreken voor zich. Er was ook nog een tweede manche, waarbij van
route gewisseld werd, maar die tweede manche veranderde weinig aan de uitslag. Negen van de tien keer haalden de
Belgische deelnemers de top, en negen van de tien keer wonnen zij ook
het duel.
Mirjam
Verbeek redde de Nederlandse eer, door in de eerste manche Muriel Sarkany te verslaan. Dat was nu net even niet
voorzien in de draaiboeken, want tijdens de duels zette de BRT alleen
maar de camera aan op het moment dat Muriel aan de hare begon. In de
tweede manche was Muriel dan ook zeer gebrand op een revanche. Die
kwam er ook, want het bleek dat de linkerroute toch iets moeilijker
was dan de rechter. Hoewel ze er op het eerste oog symmetrisch
uitzagen, bleken ze dat toch niet te zijn.
![[Duel Muriel vs. Mirjam]](/images/9798/crmduelnew.jpg)
Muriel Sarkany vs. Mirjam Verbeek
Door de duels was het pas tegen zes uur 's avonds tijd
voor de finale. Voor Nederland kwamen daarin uit Wouter (6) en Jeroen (7) Jongeneelen, Casper ten Sijthoff (9), en natuurlijk Patrick Coenen (11). Voor België streden Olivier Coenen,
Jérôme Abraham, Jean-Paul Finné (8), Michel van Eynde (10), en Frédéric Sarkany (12). Overigens zouden de beste vier klimmers in
de finale nog doorgaan naar een superfinale. Het leek een ongelijke
strijd te gaan worden, en de speaker zei dan ook enigszins smalend dat
er ook vier Nederlanders door zouden kunnen gaan naar de
superfinale.
De bovenstaande RealVideo's laten echter zien, dat de Nederlanders
in de finale heel goed konden meekomen met de Belgen. Sterker nog, Casper ten
Sijthoff en Patrick Coenen wisten
gerenomeerde klimmers, zoals Jean-Pol Finné en Michel van Eynde (zie ook hieronder in de 2e kwalificatieroute),
achter zich te laten. Samen met Casper en Patrick gingen ook Olivier
Coenen, Belgisch boulderkampioen, en Frédéric Sarkany door naar de
superfinale. Beiden namen daarmee revanche voor hun slechtere optreden
tijdens Climb '98.
Die
superfinale begon in de ene hoek van de klimzaal, en liep dwars door
de zaal door naar de tegenoverliggende hoek. Na een hele dag zware
routes klimmen vergt zo'n superfinale natuurlijk nogal wat van de
klimmers. Olivier Coenen kwam niet verder dan de overhang in het begin
van de route, dezelfde overhang die ook voor de eerste
kwalificatieroute gebruikt was.
Zijn naamgenoot Patrick Coenen kwam op
hetzelfde stuk eveneens in de problemen, maar wist zich met een
noodsprong toch te redden. Na de eerste hoek van twee wanden kwam er
een traverse op de vlakke wand die er in eerste instantie wel te doen
uitzag. Dat bleek toch gezichtsbedrog te zijn, want zowel Patrick als
later ook Casper kwamen er op dat
stuk uit zetten.
De enige die de traverse wel kon uitklimmen was Frédéric Sarkany (zie ook hieronder in de 1e
kwalificatieroute). In de finaleroute klom hij een stuk beter
dan in de kwalificatieroutes, misschien wel omdat hij zich verlost
wist van de meeste Belgische concurrenten die het hem nog zo lastig
hadden gemaakt bij Climb '98. Vlak na de traverse was het voor hem
ook afgelopen, maar dat maakt natuurlijk niet meer uit als je de
wedstrijd toch al gewonnen hebt.
Conclusie van deze landenwedstrijd? België was in de breedte
beter vertegenwoordigd dan Nederland, en had met
Frédéric Sarkany een terechte winnaar. Maar Patrick
Coenen en Casper ten Sijthoff bewezen zeer goed mee te kunnen komen in
dit internationaal ervaren deelnemersveld. De wedstrijd zelf was van
een hoog nivo, en een stuk spannender dan de gemiddelde landelijke
wedstrijd omdat de topklimmers elkaar weinig ontliepen. Kortom, het is
een goed idee om dit soort wedstrijden vaker te organiseren!
![[Frederic Sarkany]](/images/9798/crmfsarkany.jpg)
Met dank aan: Jos
Leenen en Irma Bergmans, en vooral aan Bart van Raaij voor de
RealVideo's.
RealVideo's
Boven zijn
verwijzingen naar videoclips te vinden, waarvoor de - gratis - Realplayer
plugin nodig is (beschikbaar voor Windhoos, Mac, en een aantal UNIX'en
waaronder Linux). Er zijn twee versie's per clip, één voor 33k4
modems of minder, en één voor ISDN modems of beter. De laatste
versie heeft een betere beeldkwaliteit, maar start minder snel op en stopt
vaker met afspelen, indien je internetverbinding niet snel genoeg is. Mocht je
meer informatie nodig hebben, stuur dan een mailtje naar info@climbing.nl.