|
![[ Verslag 1e A-wedstrijd 98/99 ]](/images/9899/a1titel.gif) ![[ Peter Horning in de finale ]](/images/9899/a1horning.jpg)
THEA Amsterdam, 26 september 1998
Zie ook de volledige wedstrijduitslag.
Tijdens de eerste A-wedstrijd van dit seizoen bleek dat
krachtverschillen in trainingsomstandigheden zich nog niet altijd vertalen in
wedstrijdresultaten. Waar het Achterhoekse
‘jonkie’ Roman van der Werf in klimhal
Arqué
regelmatig eigenaar Peter Horning er uit
klimt, won de ervaren Horning deze eerste wedstrijd toch redelijk
overtuigend. Bij de dames is veelvoudig Nederlands kampioene Mirjam Verbeek (definitief?) gestopt met
wedstrijdklimmen. Hoewel Monica
Zeilemaker de A-wedstrijd redelijk eenvoudig won, ligt de strijd om het
dameskampioenschap nog geheel open.
De A-wedstrijd speelde zich op 26
september af in de Amsterdamse klimhal Tussen Hemel en
Aarde; routenbouwers waren Dennis Teysse en Sacha van Gemmert. Vanwege een
nieuwe NKBV-regel die dit seizoen van kracht is geworden, was het
deelnemersveld anders dan voorgaande jaren. De, in de POF gepubliceerde, regel
schrijft voor dat alle klimmers voldoende punten moeten verzamelen in de
A-competitie om zich te kunnen kwalificeren voor het NK. Dat resulteerde in de
onverwachte aanwezigheid van bijvoorbeeld Peter Horning, Bert Dijkink en the climber formerly known
as Dré Norel (zie links tijdens de finale). Grote afwezige was de
huidige Nederlandse kampioen, Erik Jacobs, die op dit moment in
Australië verblijft. Zijn deelname aan het volgende NK kan in gevaar
komen, omdat hij ten tijde van een volgende A-wedstrijd ook een World
Cup-wedstrijd op het programma heeft staan. We zijn dan ook benieuwd hoe snel
de NKBV van haar eigen
reglement zal gaan afwijken...
![[ Topo damesfinale ]](/images/9899/a1dames.gif)
Damesfinale
Voorafgaand aan de finale klommen de dames twee kwalificatieroutes: een
blauwe 6b op het linkerdeel en een rode 6b+ op het rechterdeel van de
hoofdwand. Dit leverde vier finalisten (van de oorspronkellijk zeven
klimsters) op. De finaleroute was een groene 6c+ op het rechterdeel. Veel
potentiële deelneemsters laten zich nog altijd afschrikken door het
gepubliceerde nivo van de wedstrijdroutes. In de praktijk blijken de routes
bij de dames echter nooit zo moeilijk te zijn als van te voren
aangekondigd. Gelukkig waren er in ieder geval twee nieuwe gezichten in de
A-competitie, Meta van Hoek en Sylvia Nooteboom. Ze konden goed met de rest
van het veld meekomen, hoewel ze de finale niet haalden.
De finaleroute begint met een overhang die schuin doorgeklommen moet worden
en eindigt bij de eerste haak. Deze passage met bakken en begeleidende
treetjes kost de klimsters wel kracht, maar brengt hen niet in problemen. De
eerste lastige passage volgt rechts van de tweede haak. Voor de voeten zijn er
een klein treetje en een vage inbouw, voor de handen is er slechts
één greep. Om verder te kunnen, moeten beide voeten hoger
geplaatst worden, wat een flinke indraaiing vergt. Irene Pieper en Yolanda Swierstra komen in
deze passage in de problemen. Beide klimsters proberen na het inklikken van de
derde haak uit te rusten. Irene Pieper (zie hieronder links), die Judith
Schmidt knap uit de finale had gehouden, laat zich dan vallen.
![[ Irene Pieper in de finale ]](/images/9899/a1pieper.jpg)
De sleutelpassage bevindt zich in het dakje bij de vierde haak, dat door de
klimsters van rechtsonder wordt genaderd. Doel is een grote bak boven de haak
(greepnummer 23) en een inbouw (greepnummer 24) boven het dak. Probleem is dat
de treetjes vroeg ophouden en de klimsters uit balans staan. Yolanda Swierstra
probeert de bak zo snel mogelijk te bereiken, strekt zich daarbij ver uit en
verspeelt veel kracht. Na lang rusten en puffen kan zij de inbouw alleen nog
maar aantikken.
Eleonora van der Putten
heeft ook moeite om bij de bak te komen, maar klimt vervolgens direct
door. Zij haalt de inbouw wel, maar springt vanaf daar naar de volgende
greep. Monica
Zeilemaker komt de sleutelpassage goed door. Bij de vijfde haak hangt ze
flink uit balans om het setje in te hangen. Dan slaat ook bij haar de
vermoeidheid toe en is het worstelen naar de top. En die wordt door haar als
enige gehaald!
Monica en Yolanda zullen beiden uitgezonden worden naar de World Cup op 9
en 10 oktober in Milaan. Voor Yolanda kwam deze A-wedstrijd op een ongelukkig
moment, omdat ze midden in haar trainingsopbouw zit. Ze was nog maar net aan
de weerstandstraining begonnen. De wedstrijd was daarom geen goede graadmeter
voor de krachtsverhouding in de damescompetitie. Het komende seizoen belooft
dus spannend te worden.
![[ Monica in de finale ]](/images/9899/a1zeilemaker.jpg)
Delft in actie: links Eleonora v.d. Putten en rechts Monica
Zeilemaker tijdens de finale.
![[ Topo herenfinale ]](/images/9899/a1heren.gif)
Herenfinale
De twee kwalificatieroutes van de heren waren een zwarte 7a+ op het
linkerwanddeel en een gele 7b-7b+ op het rechterdeel van de hoofdwand. Jeroen Jongeneelen en
Bart van Raaij hadden de routes van te voren uitgetest en waren al tot de
conclusie gekomen: dit wordt een slagveld. En inderdaad kwamen in de eerste
route slechts acht van de 19 klimmers boven; in de tweede route zelfs maar
twee. Bij internationale wedstrijden is het gebruikelijk dat de
kwalificatieroutes gelijk het deelnemersveld schiften. In Nederland hebben ze
vaak meer een ‘inklim’-karakter. Hier dus niet en dat heeft twee
voordelen. De klimmers moeten zich ook al in de kwalificatie bewijzen,
waardoor de echte toppers boven komen drijven. Bovendien kunnen de deelnemers
aan de internationale mores wennen. Slachtoffer van deze aanpak werd Jan Martin Roelofs, die de
eerste kwalificatieroute verprutste en dat niet meer te boven kwam. Hierdoor
bereikte hij, voor het eerst sinds lange tijd, de finale niet.
De finale was een witte 7c+ op de linkerwand, zwaar vanwege de
continuïteit en de grote hoeveelheid bewegingen die moeten worden gemaakt
om de top te bereiken. De beginpassage zet de toon: een lange daktraverse met
voornamelijk bollen, dus de tien finalisten kunnen niet ontspannen aan de
armen hangen. In het begin kunnen de linker- en achterwand nog gebruikt
worden, maar bij nadering van de eerste haak moet het dak echt bedwongen
worden. Bij sommige klimmers gaan dan beide benen los. Anderen knoeien bij de
uitklim bij het inhangen van het eerste en tweede setje.
Al met al kost de
beginpassage zoveel kracht dat de eerstvolgende lastige passage direct
slachtoffers maakt. Na de uitklim volgt een traverse terug naar links, die
eindigt bij drie grepen boven elkaar: van onder naar boven een bol, een flauwe
inbouw en een klein, scherp greepje (greepnummer 24). Het bovenste greepje
moet met de linkerhand gepakt worden om door te kunnen klimmen. De treetjes
zijn dan al lang opgehouden. Roman van der Werf, Bert Dijkink en Herrie Heckman kunnen het
derde greepje slechts aantikken. Chef d'equipe voor internationale wedstrijden
Michel Claus (zie links)
heeft de greep klemvast, alleen met rechts. Het lukt hem niet van hand te
wisselen en ook hij valt uit de wand.
Hierna volgt een oversteek schuin naar rechtsboven over een redelijk vlakke
en redelijk lege wand. Routenbouwer Dennis Teysse vond met name deze passage
zwaar. De grepen en treden bestaan uit inbouwen en bollen die ver uit elkaar
geplaatst zijn. Het vergt veel lichaamsspanning om niet uit de wand te
draaien. Ferdinand
Schulte, die steeds beter begint te presteren, en Dirk Mol, die vanwege
school-stress wat tegenviel, sneuvelen in deze passage.
De oversteek eindigt bij een overhang die van rechtsonder genaderd
wordt. Doel zijn twee grote kaasbollen (greepnummers 37 en 39) die op enige
afstand van elkaar linksboven de vierde haak zijn geplaatst. André
Norel en Patrick Coenen
komen de aanloop naar de eerste kaasbol maar met moeite door. Ze grijpen naar
de bol, maar kunnen hem niet vasthouden. Casper ten Sijthoff weet
onder de overhang een goede rustpositie te vinden door met rechts af te
steunen tegen een opstaande rand. Peter Horning moet wat langer
zoeken, maar ook hij rust uit voor hij de overhangpassage te lijf gaat.
![[ Casper ten Sijthoff in de finale ]](/images/9899/a1sijthoff.jpg)
De strijd bij de jeugd: links Roman v.d. Werf en rechts Casper
ten Sijthoff
Casper pakt de eerste
kaasbol met rechts en slingert zich naar links. Deze wat onbeheerste dynamo
zorgt er wel voor dat hij de tweede kaasbol met links kan pakken, maar hij kan
niet vasthouden en valt uit de wand. Peter pakt de eerste bol met
links en maakt gebruik van een hoger geplaatste inbouw om naar de tweede bol
te klimmen. Hij sneuvelt in de beweging daarna.
Wat Peter Hornings optreden overtuigend maakt, is zijn jarenlange
klimervaring waardoor hij altijd weet waarmee hij bezig is. Hij kan goed
inschatten welke klimsituatie hij aankan en welke niet. Als hij inschat dat
hij een passage niet goed kan doorkomen, zoekt hij een creatief
alternatief. Daar hebben we in de laatste twee NK’s mooie staaltjes van
gezien. Pas als een alternatief er niet inzit, klimt hij door tot hij
valt. Dat was in deze finaleroute het geval. De jongere garde bezit dit
inzicht nog niet en hun klimresultaten zijn daarom meer wisselvallig. De
klimmers zullen er daarom nog een zware kluif aan hebben om Peter van een
eerste plaats af te houden in de eindstand van de A-competitie.
![[ Casper ten Sijthoff ]](/images/9899/a1sijthoff2.jpg)
De nummers 1 (links) en 2 (rechts) hangen het vierde, en voor
hun laatste, setje in.
|