![[ Muriel Sarkany ]](http://competitie.climbing.nl/images/9900/mastersmsarkany3.jpg)
Masters België - Nederland 2000
Tekst: Adwin Timmer.
Foto's: Geert Vanden Broeck (belclimb.net).
Datum: 1 april 2000, seizoen '99/'00
Plaats van handeling: Olympia (Hasselt)
Zie ook de uitslagen.
Op 1 april was het weer zo ver, voor de derde keer werd de lage
landenwedstrijd België - Nederland gehouden. Na de vorige edities in
Mechelen
en Eindhoven,
was nu Olympia in Hasselt aan de beurt. Zowel de Belgische als de Nederlandse
deelnemers hebben de afgelopen weken een zwaar wedstrijdprogramma achter de
rug, met onder andere de nationale kampioenschappen. Desondanks waren beide
teams op vrijwel volledige oorlogssterkte. Bij de Belgen ontbrak vooral Jérôme
Abraham, de kersverse Belgische kampioen. Wel aanwezig was de topper Muriel
Sarkany (zie hierboven), de huidige nummer 1 op de
wereldranglijst. Bij de Nederlanders ontbrak de oververmoeide Roman v.d. Werf,
die werd vervangen door Wouter
Jongeneelen. Wouter heeft zijn aanstaande rentree in de Nederlandse
A-competitie aangekondigd, en deze Masters was voor hem een test hoe hij er
voor stond.
De eerste ronde bestond uit moeilijkheidsklimmen voor alle 8 heren en 2
dames per team. Zowel deze route als de latere finale begonnen met een vrijwel
loodrechte wand, om vervolgens over te gaan in de grootste overhang van
Olympia. De setjes hingen overigens flink in de weg of op de verkeerde plek,
waardoor het klippen ook een van de obstakels werd.
België won deze ronde, met name
door de overmacht van de Belgische dames. Zowel Nathalie
Hanssens als Muriel
Sarkany wisten beduidend verder te geraken dan hun Nederlandse
opponentes. Voor Nathalie was het pech dat van ieder team maar
één dame aan de volgende finaleronde mocht meedoen. Vandaar dat
Nienke Swart
(zie hier rechtsboven) wel in de moeilijkheidsfinale acte de présence zou
geven, en Nathalie niet.
Wat echter de gebeurtenis van de dag zou worden, was het ongelofelijk
machtsvertoon waarmee Muriel
Sarkany in deze route alle andere deelnemers deklasseerde, door als enige
in het hele veld de route te toppen! Waar alle mannelijke deelnemers niet de
weerstand en krachtuithoudingsvermogen hadden om de grepen in de overhang vast
te houden, hield zij zich in de wand, ook al schoten enkele keren haar voeten
los. Een unieke prestatie, en de verwachtingen voor de volgende ronde, de
finaleroute, waren dan ook hoog gespannen...
In die finaleroute moest haar broer Frédéric
Sarkany toekijken, want hij was een van de klimmers in het Belgische kamp
die in de eerste ronde teleurstelden. Aan Nederlandse kant viel vooral op dat
de fanatieke boulderaar Wouter
Jongeneelen (zie rechts) nog niet echt gewend lijkt te zijn om lange
routes te klimmen. Hij zal er dus nog wel wat aan moeten doen om zich klaar te
stomen voor een eventuele rentree in de A-competitie.
Liet België in de halve finale zien over de meeste breedte in het team
te beschikken, Nederland liet in de
finale zien meer toppers te hebben. Op een enkele oude vos, euhh mus, na was
het deelnemersveld in deze finale trouwens uiterst jong, een teken dat in
beide landen de verjonging onder de wedstrijdklimmers vrijwel voltooid is.
De allerjongste van het spul, Nederlands kampioen Jorg
Verhoeven, liet het in de finale schromelijk liggen. Naar verluid had hij
de afgelopen nacht nauwelijks geslapen; hij keek in ieder geval niet echt fris
uit z'n ogen. Op de wedstrijd zelf was geen Nederlandse teambegeleiding
aanwezig, en blijkbaar moet die begeleiding meer dan een etmaal voor een
wedstrijd al in actie komen... In ieder geval werd Jorg laatste van de
mannelijke deelnemers in deze finale, terwijl hij in de eerste ronde nog als
tweede achter Muriel was geëindigd.
Vlak boven Jorg eindigden respectievelijk Julien
André, Zeb Crijns, Johan Mus en
Oliver
Coenen, terwijl de finale voor Nienke Swart wel
wat te hard was. Voordat Muriel Sarkany als laatste mocht gaan klimmen, waren
Nicolas
Favresse (zie rechts), Dirk Mol en Casper ten
Sijthoff op vrijwel dezelfde greep gestrand. Het enige verschil was dat
Nicolas geen beweging meer kon maken op de greep, die bijna aan het einde van
de overhang zat, terwijl de beide Nederlanders nog wel konden springen voor
een betere score. De man in vorm, Dirk Mol, liet
wederom een mogelijke overwinning liggen, door overmoedig naar de verst weg
gelegen greep te springen. Die miste hij, waardoor Casper ten
Sijthoff net boven hem kon eindigen. Casper was namelijk zo slim geweest
om eerst een nabijgelegen greep aan de zijkant aan te tikken, alvorens iets
anders te proberen.
Alleen Muriel
Sarkany kon Nederland nu nog afhouden van een overwinning in deze tweede
ronde van de landenwedstrijd. Helaas voor haar, het publiek, en haar team, had
de routebouwer te weinig rekening gehouden met het feit dat er ook dames in
deze finaleroute meededen. Muriel is een stuk kleiner dan haar mannelijke
collega's, en dat speelde haar in deze gemengde route teveel parten. Na een
aantal passen dynamisch genomen te hebben, werd het voor haar in het dak al
snel een hopeloze zaak. Teleurgesteld verliet ze de zaal, met in het kielzog
haar broer, die ook al niet kon terugkijken op een geslaagde
wedstrijd. Hiermee lieten zij het Belgische team uitermate in de steek, want
er waren nog twee ronden te gaan!
Het volgende onderdeel was 'jeteren' a.k.a. dynoën, een onderdeel dat
in Nederland redelijk populair is bij de slungelige jeugd. De (Belgische)
organisatie kwam er dan ook snel achter dat het voor de landenwedstrijd niet
slim was geweest om dit onderdeel toe te voegen. Uit het Belgische kamp waren
de opmerkingen over 'die Hollanders die een kop groter zijn' dan ook niet van
de lucht. Overigens deden in deze ronde alleen die deelnemers mee, die zich
niet gekwalificeerd hadden voor de finale moeilijkheidsklimmen.
Aan Belgische kant was het vooral Olivier
Favresse die lange tijd in het spoor van de slungels kon blijven. Maar
toen hij was afgevallen, begonnen de overgebleven Nederlanders, Wouter
Jongeneelen, Youri van Vliet
en Ferdinand
Schulte elkaar pas echt flink op te jutten. Voor het landenklassement
maakte dat natuurlijk niet veel meer uit, vandaar dat de organisatie de
eindbak versneld op een onmogelijke afstand hing. Maar dan was er nog wel even
buiten opperslungel Wouter
Jongeneelen gerekend, die uiteindelijk 2,30 meter bij elkaar
sprong. Achteraf gezien was het dus maar goed dat hij bij het
moeilijkheidsklimmen slecht presteerde, want zo kon er voor zijn team op dit
onderdeel de nodige punten bijeen gesprokkeld worden.
Na het eerste fun-onderdeel zat de sfeer er goed in in de klimzaal, tijd
dus voor het vierde en laatste wedstrijdonderdeel: speed (rechts aan de start
zijn Nicolas en Johan). Het is trouwens opvallend dat klimmers alleen
moeilijkheidsklimmen serieus nemen als wedstrijdsport, terwijl zij en het
publiek anderssoortige 'klim'competities veel amusanter vinden. Misschien een
reden om aan die laatste vormen toch eens wat meer aandacht te besteden?
Wie dacht dat snelklimmen iets is voor jonge lenige klimmers kwam deze keer
bedrogen uit. Het was vooral Johan Mus die
de show stal, door telkens met uiterste krachtinspanningen de volgende ronde
te bereiken in het afvalsysteem. Hij mag dan tegenwoordig een brave huisvader
zijn, het fanatisme is nog geheel aanwezig bij hem. Pas in de halve finale
moest hij zijn meerdere erkennen in Julien
André. In de kleine finale wist hij toch weer Youri van Vliet
af te troeven, hetgeen hem een derde plek opleverde op dit onderdeel.
De grote finale in het snelheidsklimmen ging tussen Julien
André, en de Nederlands kampioen funklimmen Wouter
Jongeneelen. De laatste leek licht favoriet, maar Julien had toch de
langste adem na de talloze manches die tot de finale hadden geleid. Hiermee
redde Julien de eer der Belgen, maar niet de landenwedstrijd. Deze keer ging,
voor het eerst, de overwinning niet naar het organiserende land. De
overwinning ging namelijk naar het land dat na een dag klimmen nog steeds een
compleet team had...