|
Er zijn, grofweg gesproken, drie categorieën wedstrijdklimmers in Nederland. Aan de ene kant zijn er
de dertigplussers die het opkomen van het sportklimmen in Nederland begin
jaren 80 hebben meegemaakt. Zij weten nog waar de letters S.K.E. voor staan,
en klommen al lang in de rotsen voordat klimhallen populair
werden. Aan de andere kant zijn er de kids, die - bij wijze van
spreken - eerst hebben leren klimmen voordat ze op een fiets stapten. Als
derde tussengroep zijn er nog de klimmers die de sport pas ontdekten na het
ontstaan van de vele hallen vanaf begin jaren 90. Omdat zij niet van jongs af
aan zijn opgegroeid met de (wedstrijd)sport, hebben ze eigenlijk maar weinig
voordeel van hun leeftijd.
Deze keer werd de allerbelangrijkste wedstrijd van het jaar bij Cave in Arnhem gehouden. Bij de dames
was vorig jaar de oudste categorie al
afgevallen, en nam Monica Zeilemaker
het roer over. Bij de heren wisten Peter
Horning en Erik Jacobs de kids altijd
van zich af te schudden, maar dit jaar hielden zij de eer wijselijk aan
zichzelf. Hierdoor werd dit NK erg spannend, met vele kanshebbers bij zowel de
mannen als de vrouwen, zoals de uitslagen in de landelijke A-competitie laten zien. Een van de vragen
was of de jongste categorie klimmers direct de macht zou grijpen, of dat de
twintigers toch stand zouden kunnen houden. De organiserende klimhal
anticipeerde in ieder geval op een slachting, en had daarom een deel van de
wedstrijdwand alvast rood geverfd. Daardoor leek het net alsof je in een abattoir was
terechtgekomen: de klimmers moesten zich op een grote vleeshomp naar boven
worstelen.
|
|
> Vrijdag 24 maart. Ik lig op bed. Ben nog nooit zo gespannen geweest
als voor dit NK. Het wordt mijn derde. Zwetende handen, ijskoude voeten. Dit
heeft vast een naam. Besef dat ik niet eens aan het klimmen lig te denken,
maar dat het de totale organisatie is, die constant door mijn hoofd
spookt. Zijn alle losse eindjes vastgeknoopt, of komen we nog voor onverwachte
dingen te staan? <
> In de afgelopen weken heb ik een heleboel enthousiaste mensen leren
kennen. Mensen die ik als klimmer wel zag, maar niet opmerkte. Rutger een rots
in de branding. Mijn rots in de branding. Laurens die enthousiast met foto
materiaal aan de slag gaat. Dirk die nauwgezet de puntjes op de i zet. Frank
die nergens van schrikt en altijd rustig blijft. Ilja die op het juiste moment
de dingen in goede banen leidt. En Dick die van een afstandje observeert en
ingrijpt als het nodig is. Stress, stress, stress. En, o ja, ik moet nog
klimmen ook. Langzaam, nog steeds zwetend vallen mijn ogen dicht. <
> We rennen met 13 dames en 20 heren naar een rijdende trein. Alleen de
snelsten mogen mee, om binnen een poging te wagen de bestuurdersplaats te
bereiken. Vooraan lopen een paar snelle geroutineerde trein beklimmers. Zij
halen ogenschijnlijk makkelijk de nog geopende deur. <
> In het midden en achteraan wordt het ellebogenwerk. Iedereen wil wel,
maar alleen de sterksten of de meest gelukkigen weten nog nét op tijd
aan boord te springen. <
|